verhaaltjeverzinnen.nl
📖

Een bewaard verhaal

Sneeuwwitje en de Sleutel van Maanlicht

Wat doe je als de deur van het mooiste huis in Toverland dichtvalt, terwijl je sleutel nog binnen ligt?

Sneeuwwitje was een meisje dat woonde in het mooiste huis in Toverland. Het huis had een dak van blauwe leisteen, ramen die glinsterden als limonade en een ronde rode deur met een gouden sterrenknop. In de tuin groeiden bellenbloemen. Als de wind waaide, klonken ze: tingeling, tingeling! Op een heldere ochtend trok Sneeuwwitje haar gele regenjas aan, ook al viel er geen regen. Ze zette haar rode laarzen bij de deur en pakte een mandje. “Ik ga buiten kijken of de wolken vandaag op schapen lijken,” zei ze vrolijk. Ze stapte naar buiten. Precies toen ze de derde wolk had gezien, rolde de deur achter haar dicht. Klik! Sneeuwwitje voelde in haar jaszak. Links niets. Rechts een kastanje, een blauw lintje en drie kruimels. Maar geen sleutel. “O nee,” fluisterde ze. “Mijn sleutels liggen binnen.” De bellenbloemen tingelden zachtjes mee. Sneeuwwitje keek naar de gouden sterrenknop. Ze duwde. Ze trok. Ze zong zelfs: “Deurtje, deurtje, open gauw!” Maar de deur bleef netjes dicht. Toen zag ze, voorbij de zilveren beek, een klein paadje met paarse steentjes. Aan het einde stond een scheef huis met een koperen bel. Uit de schoorsteen kringelde groene rook die naar munt snoep rook. Sneeuwwitje haalde diep adem. “Misschien woont daar iemand die weet wat ik kan doen.” Ze liep over het paarse pad, langs struiken die beleefd “goedemorgen” fluisterden. Bij het scheve huis drukte ze op de bel. Bim-bam-bom! klonk het. De deur ging op een kier. Een jongen met een lange, krullende snuit en grote ronde bril keek naar buiten. Hij droeg een paarse tuinbroek met één turquoise zak en groene schoenen. “Hallo,” zei hij. “Ik ben Rare snuiter. Wie belt er zo vriendelijk aan?” “Ik ben Sneeuwwitje,” zei zij. “En ik ben mijn sleutels vergeten.”

Illustratie bij deel 1 van Sneeuwwitje en de Sleutel van Maanlicht

Rare snuiter knikte heel ernstig. “Vergeten sleutels zijn lastig,” zei hij. “Maar niet hopeloos. Kom binnen.” Zijn huis was nog wonderlijker dan de buitenkant. Aan de muur hing een klok die achteruit tikte. Op tafel stond een theepot met vier pootjes. En in een glazen pot dreven zeven lichtgevende veertjes. Rare snuiter zette twee kopjes warme bessenthee neer. “In Toverland,” vertelde hij, “is er maar één ding dat een gesloten sterrenknop kan laten luisteren: maanlicht in een flesje.” “Maar het is ochtend,” zei Sneeuwwitje. “Precies,” antwoordde Rare snuiter, en hij glimlachte. “Daarom wordt het een avontuur.” Hij pakte een klein leeg flesje, een zilveren schepje en een kaart waarop de paden steeds van kleur veranderden. “Bij de Fluistervijver ligt soms een verdwaalde straal maanlicht te slapen. We moeten hem alleen wakker maken met een vriendelijk lied.” Sneeuwwitje klapte in haar handen. “Dat kunnen we!” Samen gingen ze op pad. Ze staken de zilveren beek over via stenen die zachtjes “plons, plons” zongen. Daarna kwamen ze bij een mistig veld. De mist was niet eng. Hij kriebelde alleen aan hun neuzen en maakte rare vormen, zoals een olifant met vleugels. “Deze kant op!” riep Rare snuiter. “Wacht,” zei Sneeuwwitje. “De kaart wijst nu naar een struik.” De struik kuchte. “Dat komt omdat ik op de kaart ben gaan zitten,” zei hij verlegen. Hij schoof opzij en daarachter glinsterde de Fluistervijver. Op het water dreef een klein zilveren lichtje. Het bibberde alsof het het koud had. Sneeuwwitje en Rare snuiter zongen samen, heel zacht: “Maanlichtje klein, word wakker en schijn.” Het lichtje draaide een rondje, sprong blij op en plofte met een pling! in het flesje.

Illustratie bij deel 2 van Sneeuwwitje en de Sleutel van Maanlicht

Het flesje straalde nu als een piepkleine maan. Sneeuwwitje hield het voorzichtig vast. “Dank je wel, maanlichtje,” zei ze. “Graag gedaan,” piepte het lichtje vanuit het flesje. “Maar schud niet te hard. Dan krijg ik de slingers.” Rare snuiter grinnikte. “We gaan rustig terug.” Onderweg begon de lucht langzaam perzikroze te kleuren. De wolken leken inderdaad op schapen. Eén wolk leek zelfs op een schaap dat een hoed droeg. Bij het mooiste huis in Toverland bleef Sneeuwwitje voor haar rode deur staan. Haar hart bonsde een beetje, maar op een fijne manier. “Zou het lukken?” Rare snuiter wees naar de gouden sterrenknop. “Spreek maar duidelijk. Deurknoppen houden van duidelijke woorden.” Sneeuwwitje hield het flesje omhoog. Het maanlicht scheen over de ster. “Gouden knop,” zei ze, “ik ben Sneeuwwitje. Ik ben mijn sleutel vergeten. Mag ik alsjeblieft weer naar binnen?” Even gebeurde er niets. Toen begon de ster te gloeien. Eerst zacht. Daarna helder. De rode deur maakte een tevreden geluid: klik-klak-klonk! Hij zwaaide open. Binnen lag de sleutel gewoon op het blauwe tafelkleed, naast een schaaltje pruimen. Sneeuwwitje lachte zo hard dat de bellenbloemen buiten mee begonnen te tingelen. “Daar ben je!” zei ze tegen haar sleutel. “De volgende keer ga je mee in mijn jaszak.” Rare snuiter tikte op zijn turquoise zak. “Ik heb een idee. Stop hier een reserve sleutel in. Deze zak bewaart alleen belangrijke dingen. Kijk maar.” Hij haalde er een knoop, een veer en een miniatuurregenboog uit. Sneeuwwitje gaf hem een reserve sleutel, een warme pruim en een grote dankjewel-knuffel. Daarna dronken ze bessenthee op de stoep. Het maanlichtje mocht even uit zijn flesje en danste boven hun kopjes als een zilveren vlinder. Vanaf die dag hing er bij Sneeuwwitjes deur een bordje: ‘Sleutel mee?’ En telkens als Rare snuiter langskwam, belde hij aan. Bim-bam-bom!

Illustratie bij deel 3 van Sneeuwwitje en de Sleutel van Maanlicht

En zo werd een vergeten sleutel het begin van een schitterende vriendschap in Toverland.

Nieuw verhaal